Vul je e-mailadres in en ontvang een code voor €50 korting op de eerste factuur.*
*Na de gratis Proefweek kun je altijd stoppen. Deze actie geldt alleen voor huiswerkbegeleiding (niet voor privébijles) en is uitsluitend voor nieuwe leerlingen.
Een argumentatieschema is een overzicht waarin je laat zien hoe een schrijver zijn mening onderbouwt. Je maakt zichtbaar wat het standpunt is en welke argumenten daarbij horen. Het argumentatieschema is een onderdeel van het vak Nederlands, maar kan soms ook gebruikt worden bij Engels, Frans, Duits en andere talen op het Voortgezet Onderwijs. Het is dus belangrijk om het argumentatieschema te beheersen
In een tekst staan die onderdelen vaak verspreid. Door een schema te maken, breng je structuur aan: je ziet welke redenen de schrijver geeft en hoe ze met elkaar samenhangen.
Een argumentatieschema is een schematische weergave van de relatie tussen een standpunt en de argumenten die dat standpunt ondersteunen.
Bij begrijpend lezen moet je niet alleen begrijpen wat er staat, maar ook hoe een tekst is opgebouwd. Examenvragen gaan daarom vaak over:
Als je een argumentatieschema kunt maken, kun je dit soort vragen meestal sneller en zekerder beantwoorden.
Het standpunt is de mening van de schrijver: wat hij wil dat jij gelooft.
Het argument is de reden waarom je dat zou moeten geloven.
Voorbeeld: Scholieren moeten later beginnen met school, omdat ze dan beter presteren.
Een argumentatieschema haal je niet letterlijk uit een tekst; je moet het zelf afleiden.
Daarvoor zoek je eerst het standpunt en daarna de argumenten die het ondersteunen.
Dat doe je in drie stappen: signaalwoorden herkennen, de belangrijkste zin bepalen en de verbanden bekijken.
Schrijvers geven vaak aanwijzingen met signaalwoorden. Die verraden dat er een mening of reden komt.
Signaalwoorden voor een standpunt:
Signaalwoorden voor argumenten:
Let op: signaalwoorden helpen, maar zijn geen garantie. Soms staat een standpunt zonder aankondiging in de tekst.
Niet elk argument is even belangrijk.
Het belangrijkste argument ondersteunt direct het standpunt: dit noem je het hoofdargument.
Andere argumenten kunnen weer uitleg geven bij dat hoofdargument.
Dat zijn deel argumenten (of subargumenten).
Je herkent ze doordat ze niet het standpunt zelf ondersteunen, maar een ander argument.
Voorbeeld (kort):
De stad moet meer bomen planten, want bomen verbeteren de luchtkwaliteit en zorgen voor verkoeling.
Schema:
Bij enkelvoudige argumentatie wordt een standpunt ondersteund door één argument.
Er is dus maar één reden waarom de schrijver vindt dat zijn mening klopt.
Dit komt vaak voor in korte teksten of eenvoudige voorbeelden.
Je herkent enkelvoudige argumentatie doordat:
Als dat ene argument wegvalt, blijft er niets meer over om het standpunt te ondersteunen.
Mobiele telefoons moeten verboden worden in de klas, omdat leerlingen zich anders niet kunnen concentreren.
Schema:
Er is maar één reden → dus enkelvoudige argumentatie.
Je ziet enkelvoudige argumentatie vaak:
In langere teksten komt het minder vaak voor, omdat schrijvers meestal meerdere redenen geven.
Bij meervoudige argumentatie ondersteunt een schrijver zijn standpunt met meerdere losse argumenten. Elk argument is op zichzelf al een goede reden. Als één argument wegvalt, blijven de andere het standpunt nog steeds ondersteunen.
Het verschil met enkelvoudige argumentatie is dus niet de lengte van de tekst, maar het aantal zelfstandige redenen.
Je ziet meervoudige argumentatie wanneer verschillende redenen rechtstreeks naar hetzelfde standpunt verwijzen. Ze hangen niet van elkaar af en geven geen uitleg bij elkaar, ze staan naast elkaar.
Vaak kun je tussen de argumenten het woord ook of bovendien denken zonder dat de betekenis verandert.
Scholieren moeten later beginnen met school, want ze slapen te weinig en ze presteren beter als ze uitgerust zijn.
Schema:
Beide argumenten ondersteunen direct het standpunt. Als één reden niet klopt, blijft de andere nog steeds overeind, dus meervoudige argumentatie.
Leerlingen denken vaak dat meerdere zinnen automatisch meerdere argumenten zijn.
Dat klopt niet: soms legt een tweede zin alleen het eerste argument uit. In dat geval is er geen meervoudige maar onderschikkende argumentatie.
Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument niet direct het standpunt, maar eerst een ander argument.
Je krijgt dus een soort ketting van redenen: een argument wordt pas overtuigend gemaakt door een extra uitleg.
Als je één schakel uit die ketting haalt, valt de hele redenering uit elkaar.
De schrijver geeft eerst een hoofdargument voor zijn mening.
Daarna legt hij uit waarom dat argument klopt. Dat tweede stuk is een subargument.
Je kunt het zien als: standpunt → argument → uitleg van dat argument
Het subargument ondersteunt dus niet het standpunt zelf, maar het argument erboven.
Scholieren moeten later beginnen met school, omdat ze zich dan beter kunnen concentreren. Dat komt doordat tieners een andere biologische slaapcyclus hebben.
Schema:
De slaapcyclus bewijst niet direct het standpunt, maar eerst het argument. Daarom is dit een onderschikkende argumentatie.
Stel jezelf de vraag:
ondersteunt deze zin het standpunt, of legt hij een andere zin uit?
Als een reden alleen een andere reden verklaart, heb je onderschikkende argumentatie.
Bij nevenschikkende argumentatie ondersteunen meerdere argumenten samen het standpunt, maar alleen in combinatie. Elk argument afzonderlijk is niet sterk genoeg; pas samen vormen ze één overtuigende reden.
Het verschil met meervoudige argumentatie is dus: bij meervoudig kan elk argument los staan, bij nevenschikkend niet.
De schrijver bouwt één complete redenering op uit meerdere delen.
Je kunt de argumenten zien als puzzelstukjes: haal je er één weg, dan klopt de redenering niet meer.
Vaak kun je tussen de argumenten het woord en plaatsen zonder dat ze zelfstandige redenen worden.
De nieuwe schoolkantine moet blijven, want hij is gezond én betaalbaar.
Schema:
Alleen “gezond” is niet genoeg en alleen “betaalbaar” ook niet.
Samen vormen ze één complete reden, dit is dus een nevenschikkende argumentatie.
Vergelijk:
De kantine moet blijven, want hij is gezond en hij voorkomt dat leerlingen buiten junkfood kopen.
Hier zijn twee losse redenen. Elk argument ondersteunt het standpunt zelfstandig → meervoudig.
Bij een nevenschikkende argumentatie vormen de argumenten dus één geheel; bij meervoudig staan ze naast elkaar.
Nu kun je alle soorten herkennen.
Een argumentatieschema maak je niet door meteen te tekenen, maar door eerst de tekst goed te analyseren. Werk rustig: eerst begrijpen, daarna structureren.
Vraag jezelf af: wat wil de schrijver dat ik ga geloven of doen? Het standpunt is vaak een mening, advies of conclusie.
Het kan staan:
Als je twijfelt, probeer er “dus” voor te zetten, klinkt de zin als een conclusie, dan heb je waarschijnlijk het standpunt.
Lees de zinnen rondom het standpunt en kijk welke redenen ervoor worden gegeven.
Alles wat antwoord geeft op de vraag waarom? is een argument.
Let op: voorbeelden of uitleg zijn niet altijd nieuwe argumenten, soms verduidelijken ze alleen een ander argument.
Nu kijk je hoe de argumenten met elkaar samenhangen:
Pas hier beslis je dus welk soort schema het is.
Zet eerst het standpunt bovenaan.
Daaronder plaats je de argumenten in logische volgorde.
Bijvoorbeeld:
1 = standpunt
1.1 = argument voor het standpunt
1.1.1 = uitleg van dat argument
Door te nummeren zie je meteen de structuur van de redenering.
Veel fouten ontstaan niet doordat de tekst te moeilijk is, maar doordat leerlingen verkeerde verbanden leggen. Hieronder staan de valkuilen die het vaakst voorkomen.
Soms lijkt een zin een argument, terwijl het eigenlijk de mening zelf is.
Een handige controle: vraag jezelf af of de zin iets moet bewijzen, of juist bewezen moet worden.
Moet de zin verdedigd worden → standpunt
Verdedigt de zin iets anders → argument
Dit is de meest gemaakte fout.
Leerlingen zien meerdere redenen en denken meteen aan meervoudige argumentatie.
Maar stel steeds deze vraag: kunnen de argumenten apart bestaan?
Een schrijver geeft vaak extra uitleg of een voorbeeld. Dat is niet automatisch een extra argument.
Als een zin alleen verklaart waarom een vorige zin klopt, dan heb je onderschikkende argumentatie en geen extra reden.
Het schema klopt soms inhoudelijk, maar de nummering laat een andere structuur zien.
De nummers moeten precies de relatie weergeven:
Lees de tekst en bepaal het standpunt, de argumenten en het soort argumentatie.
Kijk daarna pas naar de antwoorden.
Vraag 1 De school moet meer planten in het gebouw plaatsen, omdat planten de luchtkwaliteit verbeteren.
Vraag 2 De school moet een pauzeruimte openen, want leerlingen kunnen daar ontspannen en het voorkomt dat ze op de gang blijven hangen.
Vraag 3 Scholieren moeten geen huiswerk meer krijgen, omdat het stress veroorzaakt. Dat blijkt uit onderzoek waarin leerlingen slechter slapen door huiswerk.
Vraag 4 De nieuwe kantine moet blijven, want hij is gezond en betaalbaar.
1 Standpunt: school moet meer planten plaatsen
Argument: verbeteren luchtkwaliteit
Type: enkelvoudig
2 Standpunt: pauzeruimte openen
Argumenten: ontspannen / voorkomt hangen
Type: meervoudig (beide ondersteunen zelfstandig)
3 Standpunt: geen huiswerk meer
Hoofdargument: veroorzaakt stress
Subargument: onderzoek toont slechter slapen
Type: onderschikkend
4 Standpunt: kantine moet blijven
Argumenten samen: gezond + betaalbaar
Type: nevenschikkend
Zoek de zin die de schrijver wil bewijzen. Het is vaak een mening, advies of conclusie.
Kun je er “dus” voor zetten zonder dat de betekenis verandert? Dan is het meestal het standpunt.
Een argument ondersteunt eerst een ander argument en pas daarna het standpunt.
Als een zin alleen uitlegt waarom een vorige zin klopt, heb je een sub-argument.
Nee. Signaalwoorden helpen, maar een standpunt kan ook zonder aankondiging in de tekst staan. Blijf daarom altijd kijken naar de betekenis van de zinnen.
Je moet het standpunt kunnen aanwijzen, argumenten herkennen, het type argumentatie bepalen en een schema correct nummeren.
Vind je het lastig om in teksten snel het standpunt en de argumenten te vinden?
Veel leerlingen begrijpen het pas echt wanneer ze samen oefenen en feedback krijgen op hun redenering.
Bij OnlineHuiswerkKlas helpen we je om:
Wil je gericht oefenen voor je toets of examen? Vraag vrijblijvend informatie aan over huiswerkbegeleiding Nederlands.
Leerlingen bij Online Huiswerkklas volgen altijd eerst een proefweek huiswerkbegeleiding. Na deze periode kun je een abonnement voor vier tot tien uur begeleiding per week bij ons afsluiten. Onze abonnementen zijn maandelijks opzegbaar.
Tarieven bekijken