4.9 gebaseerd op 108 reviews
Onderwijs
25 februari 2026
Justin Post

Imparfait (Frans)

Terug naar overzicht

Imparfait uitgelegd: gebruik, vorming en verschil met passé composé (Frans)

De imparfait is een van de belangrijkste verleden tijden in het Frans. In tegenstelling tot wat veel leerlingen denken, beschrijft deze tijd meestal geen concrete gebeurtenis, maar de situatie waarin een gebeurtenis plaatsvond. Daardoor wordt de imparfait vaak samen gebruikt met de passé composé. De ene tijd vertelt wat er gebeurde, de andere vertelt hoe de situatie was.

In verhalen werkt dit als een soort film. De imparfait vormt de achtergrond, het decor en de sfeer. De passé composé laat vervolgens zien welke acties het verhaal vooruitbrengen. Als je dit principe begrijpt, wordt het verschil tussen de tijden veel logischer dan wanneer je alleen regels probeert te onthouden.

Wat is de imparfait?

De imparfait is een verleden tijd die wordt gebruikt voor handelingen zonder duidelijk begin of einde. Het gaat om situaties die bezig waren, regelmatig gebeurden of een toestand beschrijven. De nadruk ligt dus niet op de actie zelf, maar op de context.

In het Nederlands vertaal je dit vaak met “was”, “deed altijd”, “ging vaak” of “was aan het …”. Je beschrijft daarmee hoe iets in het verleden verliep in plaats van wat er precies gebeurde op één moment.

Wanneer gebruik je deze tijd?

Je gebruikt de imparfait wanneer je achtergrondinformatie geeft in een verhaal. Denk aan beschrijvingen van personen, gevoelens, weer, tijdstip of omgeving. Ook herhalingen en gewoontes in het verleden horen hierbij. Het gaat dus om situaties die langere tijd duurden of vaker voorkwamen.

Belangrijk is dat de actie niet afgerond is in de zin zelf. De lezer moet begrijpen hoe de situatie was, niet wanneer die eindigde.

Hoe vorm je de imparfait?

De imparfait is technisch vrij regelmatig opgebouwd. In tegenstelling tot de passé composé heb je geen hulpwerkwoord nodig. Je vervoegt het werkwoord in één woord, wat het schrijven eenvoudiger maakt, maar de keuze wanneer je hem gebruikt juist moeilijker.

De vorm bestaat uit een stam en vaste uitgangen. Daardoor kun je bijna alle werkwoorden op dezelfde manier vervoegen.

 

Stap 1: neem de nous-vorm als basis

Je begint met de tegenwoordige tijd van nous. Vervolgens verwijder je de uitgang -ons. Wat overblijft is de stam van de imparfait.

Bijvoorbeeld:
nous parlons → parl-
nous finissons → finiss-
nous prenons → pren-

Dit systeem werkt voor bijna alle werkwoorden en zorgt ervoor dat de imparfait herkenbaar blijft.

Stap 2: voeg de imparfait-uitgangen toe

Aan deze stam voeg je steeds dezelfde uitgangen toe. Daardoor is de vervoeging overzichtelijk en voorspelbaar.

je parlais
tu parlais
il parlait
nous parlions
vous parliez
ils parlaient

Je ziet dat de uitspraak vaak hetzelfde blijft, ook al verandert de spelling.

Het bijzondere werkwoord être

Het werkwoord être volgt niet de nous-regel en moet je apart leren. Het gebruikt de stam ét- en komt heel vaak voor in teksten, dus deze vorm moet je goed beheersen.

je étais
tu étais
il était
nous étions
vous étiez
ils étaient

Omdat dit werkwoord vaak wordt gebruikt voor beschrijvingen, zie je het regelmatig in verhalen.

Wat beschrijf je met de imparfait?

De imparfait gebruik je vooral voor situaties die het verhaal kader geven. Dat kan gaan om tijd, plaats, emoties of omstandigheden. Zonder deze informatie zou een verhaal moeilijk te begrijpen zijn, omdat je alleen losse gebeurtenissen zou zien.

Bijvoorbeeld:
Il faisait froid et la rue était vide.
Hier wordt geen actie verteld, maar de sfeer van het moment.

Daarnaast gebruik je de imparfait voor gewoontes in het verleden. Als iemand vroeger elke dag hetzelfde deed, is er geen specifiek moment waarop dat begon of eindigde. Daarom past deze tijd beter dan de passé composé.

Verschil tussen imparfait en passé composé

Het verschil tussen beide tijden is functioneel, niet alleen grammaticaal. De passé composé geeft een afgeronde actie, terwijl de imparfait de situatie beschrijft waarin die actie plaatsvond.

Voorbeeld: Je regardais la télé quand le téléphone a sonné.

Het kijken naar televisie was bezig en vormt de achtergrond. Het overgaan van de telefoon is een plotselinge gebeurtenis en staat daarom in de passé composé.

Je kunt het vergelijken met fotografie: de imparfait is het landschap, de passé composé het moment waarop iets gebeurt.

Verhalen begrijpen met beide tijden

In langere teksten wisselen beide tijden elkaar voortdurend af. De imparfait vertraagt het verhaal en geeft informatie, terwijl de passé composé het tempo bepaalt. Als je alleen naar de vorm kijkt, lijkt het ingewikkeld. Als je naar de rol in het verhaal kijkt, wordt het logisch.

Daarom helpt het om bij elke zin te vragen: beschrijft deze zin een situatie of een gebeurtenis?

Veelgemaakte fouten

Veel leerlingen gebruiken de passé composé zodra ze een werkwoord in het verleden zien. Daardoor verdwijnen beschrijvingen uit het verhaal en wordt de tekst onnatuurlijk. Ook worden gewoontes soms gezien als losse acties, terwijl ze juist een langere periode aangeven.

Een handige controle is: kun je er “altijd”, “vaak” of “meestal” bij denken? Dan hoort meestal de imparfait.

Veelgestelde vragen over de Imparfait

Wanneer gebruik je altijd de imparfait?

Bij beschrijvingen van weer, tijd, leeftijd en gevoelens in het verleden, omdat deze geen duidelijk eindmoment hebben.

Waarom staan er twee verleden tijden in één tekst?

Omdat een verhaal zowel achtergrondinformatie als gebeurtenissen bevat. Beide hebben een andere grammaticale functie.

Is de imparfait moeilijk?

De vorm is eenvoudig, maar de keuze hangt af van betekenis. Begrijpen is belangrijker dan regels onthouden.

Wat is het verschil tussen de Passé composé en het Imparfait

Het verschil tussen passé composé en imparfait gaat niet alleen over tijd, maar vooral over de rol van de actie in het verhaal.

Je kunt het zo onthouden:

passé composé: gebeurtenis (wat gebeurde er?)
imparfait: situatie/achtergrond (hoe was het?)

 

Oefenzinnen imparfait

Vul de juiste vorm in

  1. Quand j’étais petit, je ______ (jouer) dehors tous les jours. 
  2. Nous ______ (habiter) à Lyon en 2010. 
  3. Il ______ (faire) froid hier soir. 
  4. Vous ______ (regarder) souvent la télé? 
  5. Mes parents ______ (travailler) beaucoup. 
  6. Elle ______ (être) très timide à l’école. 
  7. Je ______ (finir) toujours mes devoirs le soir. 
  8. On ______ (aller) au parc chaque dimanche. 
  9. Tu ______ (prendre) le bus tous les matins. 
  10. Ils ______ (avoir) un chien. 

Antwoorden

  1. jouais 
  2. habitions 
  3. faisait 
  4. regardiez 
  5. travaillaient 
  6. était 
  7. finissais 
  8. allait 
  9. prenais 
  10. avaient 

Kies imparfait of passé composé

  1. Je ______ (lire) quand il ______ (arriver). 
  2. Nous ______ (être) contents parce que nous ______ (gagner). 
  3. Elle ______ (marcher) dans la rue quand elle ______ (voir) Paul. 

Antwoorden

  1. lisais / est arrivé 
  2. étions / avons gagné 
  3. marchait / a vu

 

Samenvatting Imparfait

De passé composé en de imparfait beschrijven allebei het verleden, maar ze hebben een andere functie in een verhaal. De passé composé vertelt wat er concreet gebeurde en brengt het verhaal vooruit. De imparfait beschrijft juist de situatie, de achtergrond of een gewoonte waarbinnen die gebeurtenis plaatsvond.

Als je twijfelt, stel jezelf dan deze vraag: gaat het om een moment dat plaatsvond of om hoe iets was? Een duidelijk, afgerond moment hoort bij de passé composé. Een beschrijving, herhaling of lopende situatie hoort bij de imparfait. Door zo te denken wordt de keuze meestal vanzelf logisch.

Hulp nodig met Frans?

Blijf je passé composé en imparfait door elkaar halen? Dat is heel normaal, want het verschil zit vooral in betekenis en niet alleen in de vorm. Met gerichte uitleg en oefening leer je sneller herkennen welke tijd je nodig hebt.

Bij OnlineHuiswerkKlas helpen we je stap voor stap te begrijpen hoe je werkwoordstijden gebruikt, zodat je zekerder wordt bij toetsen en minder fouten maakt. Wil je samen oefenen of extra uitleg krijgen? Vraag gerust vrijblijvend informatie aan voor bijlessen frans.

Benieuwd naar de mogelijkheden?

Leerlingen bij Online Huiswerkklas volgen altijd eerst een proefweek huiswerkbegeleiding. Na deze periode kun je een abonnement voor vier tot tien uur begeleiding per week bij ons afsluiten. Onze abonnementen zijn maandelijks opzegbaar.

Tarieven bekijken