Vul je e-mailadres in en ontvang een code voor €50 korting op de eerste factuur.*
*Na de gratis Proefweek kun je altijd stoppen. Deze actie geldt alleen voor huiswerkbegeleiding (niet voor privébijles) en is uitsluitend voor nieuwe leerlingen.
Mitose is een vorm van celdeling waarbij één cel zich splitst in twee identieke cellen. Het aantal chromosomen blijft gelijk. Dit proces zorgt voor groei, herstel van beschadigd weefsel en het vervangen van oude cellen.
Veel leerlingen halen mitose en meiose door elkaar. Daarom leggen we hier stap voor stap uit wat er precies gebeurt in elke fase en hoe je het herkent in toetsvragen Biologie (vmbo, havo en vwo).
Op deze pagina leer je:
Mitose is een vorm van celdeling waarbij uit één moedercel twee nieuwe cellen ontstaan die genetisch identiek zijn. Het aantal chromosomen blijft gelijk: een diploïde cel (2n) vormt twee diploïde dochtercellen.
Dit proces gebeurt voortdurend in je lichaam. Zonder mitose zou je niet kunnen groeien, zouden wondjes niet genezen en zouden oude cellen niet vervangen worden.
Mitose is een celdeling waarbij één cel twee identieke dochtercellen vormt met hetzelfde aantal chromosomen. Het wordt gebruikt voor groei, herstel en vervanging van cellen.
Mitose vindt plaats in lichaamscellen (somatische cellen), bijvoorbeeld:
Geslachtscellen ontstaan niet via mitose maar via meiose.
Mitose is noodzakelijk om het lichaam goed te laten functioneren. Tijdens de groei worden er voortdurend nieuwe cellen gemaakt, zodat het lichaam groter kan worden. Ook bij beschadiging, bijvoorbeeld een wond, moeten er snel nieuwe cellen ontstaan om het weefsel te herstellen. Daarnaast sterven er elke dag oude cellen af en moeten die vervangen worden.
Omdat de nieuw gevormde cellen genetisch identiek zijn aan de oorspronkelijke cel, blijft de structuur en functie van het weefsel behouden. Hierdoor kan het lichaam zich vernieuwen zonder dat eigenschappen veranderen..
Voordat een cel zich kan delen, moet eerst het erfelijk materiaal worden voorbereid. Als een cel zich zomaar zou splitsen, zou één van de nieuwe cellen te weinig DNA krijgen. Daarom kopieert de cel eerst al zijn DNA. Deze voorbereidende periode heet de interfase en neemt het grootste deel van de celcyclus in beslag.
Tijdens de interfase groeit de cel en maakt hij een exacte kopie van elk chromosoom. Pas daarna kan de echte celdeling beginnen.
Elk chromosoom wordt verdubbeld.
Na het kopiëren bestaat één chromosoom uit twee identieke helften: de chromatiden. Deze zitten aan elkaar vast op het centromeer.
Belangrijk om te onthouden: het aantal chromosomen blijft hetzelfde — alleen de hoeveelheid DNA verdubbelt.
Een cel met 46 chromosomen heeft dus na de replicatie nog steeds 46 chromosomen, maar nu met dubbele chromatiden.
Veel verwarring ontstaat doordat leerlingen denken dat het aantal chromosomen verdubbelt. Dat klopt niet.
Het blijft nog steeds één chromosoom totdat de chromatiden uit elkaar gaan tijdens de deling.
Bij mitose verandert het aantal chromosomen niet. De cel start diploïd en eindigt ook diploïd. Hierdoor blijven de nieuwe cellen exact hetzelfde functioneren als de oude cel.
Mitose verloopt in vier opeenvolgende fasen: profase, metafase, anafase en telofase.
Daarna volgt nog de cytokinese, waarbij de cel daadwerkelijk in twee cellen splitst.
Je kunt de volgorde onthouden met de ezelsbrug PMAT.
De chromosomen condenseren: het DNA rolt strak op en wordt zichtbaar onder de microscoop. Elk chromosoom bestaat nu uit twee chromatiden die vastzitten aan het centromeer.
Tegelijkertijd verdwijnt het kernmembraan en ontstaan er spoeldraden die de chromosomen straks gaan verplaatsen.
Herkenning in een afbeelding: korte, dikke chromosomen verspreid in de cel
De chromosomen worden door spoeldraden naar het midden van de cel getrokken en liggen op één lijn: de evenaar.
Dit is een belangrijk controlemoment.
De cel controleert of elk chromosoom goed vastzit voordat de scheiding begint.
Herkenning: alle chromosomen netjes naast elkaar in het midden
De spoeldraden trekken de chromatiden uit elkaar.
Vanaf dit moment is elke chromatide een zelfstandig chromosoom.
Aan beide kanten van de cel ontstaat nu een identieke set chromosomen.
Belangrijk toets kenmerk: V-vormige chromosomen die uit elkaar bewegen
Rond beide groepen chromosomen vormt zich weer een kernmembraan.
De chromosomen worden weer dunner en minder zichtbaar.
De cel heeft nu twee celkernen met identiek DNA.
Na de kerndeling snoert het cytoplasma zich door.
Er ontstaan twee aparte cellen die elk volledig functioneren.
Aan het einde van de mitose zijn er uit één moedercel twee nieuwe cellen ontstaan. Deze dochtercellen bevatten precies dezelfde genetische informatie als de oorspronkelijke cel en ook hetzelfde aantal chromosomen. Bij de mens betekent dat: van 46 chromosomen naar twee cellen met elk weer 46 chromosomen.
Dit is mogelijk omdat vóór de deling het DNA eerst is gekopieerd en daarna eerlijk verdeeld. Tijdens de anafase werden de chromatiden uit elkaar getrokken, zodat beide nieuwe cellen een volledige set chromosomen kregen.
De nieuwe cellen zijn genetisch gelijk aan elkaar én aan de moedercel. Daardoor kunnen ze dezelfde functie uitvoeren. Een huidcel blijft dus een huidcel en een spiercel blijft een spiercel.
Dit is belangrijk, want het lichaam moet beschadigde of oude cellen kunnen vervangen zonder dat eigenschappen veranderen.
De nauwkeurige verdeling van chromatiden zorgt ervoor dat elke nieuwe cel:
Hierdoor blijft een orgaan goed functioneren, ook al worden cellen voortdurend vernieuwd.
Mitose en meiose zijn allebei vormen van celdeling, maar ze hebben een ander doel in het lichaam. Mitose zorgt voor groei en herstel, terwijl meiose nodig is voor voortplanting.
Het belangrijkste verschil is dat mitose identieke cellen maakt en meiose juist verschillende cellen.
| Kenmerk | Mitose | Meiose |
| Aantal delingen | 1 | 2 |
| Aantal dochtercellen | 2 | 4 |
| Chromosoomaantal | Blijft diploïd | Wordt haploïd |
| Genetische variatie | Nee | Ja |
| Functie | Groei en herstel | Voortplanting |
| Crossing-over | Komt niet voor | Wel in profase I |
Bij mitose wordt een cel simpelweg gekopieerd. De chromatiden worden gescheiden zodat beide nieuwe cellen precies dezelfde informatie krijgen. Hierdoor kan weefsel vervangen worden zonder dat eigenschappen veranderen.
Bij meiose gebeurt iets anders. Eerst worden chromosoomparen gescheiden en daarna de chromatiden. Bovendien wisselen chromosomen stukjes DNA uit. Daardoor ontstaan unieke geslachtscellen.
Kort samengevat:
Mitose behoudt eigenschappen, Meiose creëert variatie.
Mitose zelf is niet heel moeilijk, maar veel punten gaan verloren doordat begrippen verkeerd worden herkend in afbeeldingen of vragen. Hieronder staan fouten die docenten vaak terugzien.
Een chromosoom kan uit één of twee chromatiden bestaan.
Veel leerlingen denken dat na DNA-replicatie het aantal chromosomen verdubbelt, maar dat klopt niet.
Pas in de anafase worden de chromatiden losse chromosomen.
Leerlingen halen anafase en telofase vaak door elkaar.
Het verschil zit in de beweging:
Let dus vooral op of chromosomen nog bewegen.
Een veelgemaakte fout is denken dat bij mitose het chromosoomaantal halveert.
Dat gebeurt alleen bij meiose.
Bij mitose:
Mitose gebeurt niet alleen wanneer je groter wordt.
Ook bij volwassenen delen cellen constant om beschadigde en oude cellen te vervangen, bijvoorbeeld in huid en darmwand.
Probeer de vragen eerst zelf te maken en kijk daarna pas naar de antwoorden.
Vraag 1 Wat is het belangrijkste doel van mitose?
Vraag 2 In welke fase liggen de chromosomen op één lijn in het midden van de cel?
Vraag 3 Wat gebeurt er tijdens de anafase?
Vraag 4 Waarom blijven dochtercellen na mitose genetisch identiek?
Vraag 5 Leg het verschil uit tussen een chromosoom en een chromatide.
Vraag 6 Een menselijke huidcel deelt zich via mitose. Hoeveel chromosomen heeft elke nieuwe cel en waarom?
1 → C
Mitose zorgt voor groei, herstel en vervanging van cellen.
2 → B
In de metafase liggen chromosomen op de evenaar van de cel.
3 → B
Tijdens anafase worden chromatiden uit elkaar getrokken en zelfstandige chromosomen.
4 Omdat het DNA eerst wordt gekopieerd en daarna eerlijk verdeeld over beide cellen.
5 Een chromatide is de helft van een gekopieerd chromosoom. Samen vormen twee chromatiden één chromosoom.
6 46 chromosomen, omdat mitose het chromosoomaantal gelijk houdt.
Het doel van mitose is het maken van nieuwe lichaamscellen. Hierdoor kan een organisme groeien, beschadigd weefsel herstellen en oude cellen vervangen zonder dat genetische informatie verandert.
Mitose vindt plaats in lichaamscellen (somatische cellen), zoals huidcellen en spiercellen. Geslachtscellen ontstaan niet via mitose maar via meiose.
De fasen zijn: profase, metafase, anafase en telofase (PMAT). Daarna volgt de cytokinese, waarbij de cel zich daadwerkelijk splitst in twee cellen.
Vooraf wordt het DNA gekopieerd. Tijdens de deling worden de chromatiden eerlijk verdeeld, waardoor beide nieuwe cellen exact dezelfde genetische informatie krijgen.
Mitose maakt twee identieke diploïde cellen voor groei en herstel. Meiose maakt vier verschillende haploïde geslachtscellen voor voortplanting en genetische variatie.
Je moet de volgorde PMAT kennen, herkennen wat er in elke fase gebeurt en het verschil met meiose kunnen uitleggen.
Vind je mitose nog steeds lastig of raak je in de war bij toetsvragen?
Je bent niet de enige, veel leerlingen begrijpen het pas echt wanneer iemand het persoonlijk uitlegt en samen oefent.
Bij OnlineHuiswerkklas helpen we je stap voor stap:
Je hoeft dus niet alles alleen uit een boek te halen, Bij OnlinehuiswerkKlas laten we je precies zien hoe je moet leren en hoe je zelfverzekerd je lesstoffen Biologie tot je neemt.
Leerlingen bij Online Huiswerkklas volgen altijd eerst een proefweek huiswerkbegeleiding. Na deze periode kun je een abonnement voor vier tot tien uur begeleiding per week bij ons afsluiten. Onze abonnementen zijn maandelijks opzegbaar.
Tarieven bekijken