Vul je e-mailadres in en ontvang een code voor €50 korting op de eerste factuur.*
*Na de gratis Proefweek kun je altijd stoppen. Deze actie geldt alleen voor huiswerkbegeleiding (niet voor privébijles) en is uitsluitend voor nieuwe leerlingen.
Meiose hoort bij het onderwerp voortplanting en genetica en wordt gevraagd op toetsen en examens Biologie in de onderbouw én bovenbouw (mavo, havo en vwo). Veel leerlingen halen meiose en mitose door elkaar. Daarom leggen we het hier stap voor stap en visueel uit.
Op deze pagina leer je:
Meiose is een speciale vorm van celdeling waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd. Hierdoor ontstaan geslachtscellen (zaadcellen en eicellen). Tijdens dit proces ontstaat genetische variatie, waardoor ieder mens uniek is. Zonder meiose zou het chromosoomaantal bij elke generatie verdubbelen en zou voortplanting niet mogelijk zijn.
Meiose komt alleen voor bij organismen die zich geslachtelijk voortplanten. Bij mensen gebeurt het in de voortplantingsorganen en vormt het zaadcellen en eicellen.
Meiose is een dubbele celdeling waarbij één diploïde cel vier haploïde geslachtscellen vormt. Het aantal chromosomen halveert en er ontstaat genetische variatie.
Meiose vindt plaats in speciale voortplantingscellen:
Andere lichaamscellen delen via mitose en niet via meiose.
Als meiose niet zou bestaan:
Meiose zorgt dus voor:
Het belangrijkste doel van meiose is het mogelijk maken van voortplanting zonder dat het aantal chromosomen elke generatie verdubbelt.
Een mens heeft 46 chromosomen in elke lichaamscel (diploïd).
Een eicel en een zaadcel hebben er elk 23 (haploïd).
Bij de bevruchting komen deze samen en ontstaat weer een cel met 46 chromosomen.
Zonder meiose zou dit misgaan en zou het aantal chromosomen steeds blijven toenemen.
Meiose maakt speciale cellen:
Deze cellen zijn haploïd: ze bevatten maar de helft van het normale aantal chromosomen.
Tijdens de eerste deling van meiose worden chromosoomparen uit elkaar gehaald.
Daardoor krijgt elke geslachtscel maar één chromosoom van elk paar.
Zo blijft na de bevruchting het soort specifieke aantal chromosomen gelijk.
Meiose zorgt ervoor dat kinderen niet identiek zijn aan hun ouders of broers en zussen.
Dit gebeurt door:
Hierdoor is elke geslachtscel uniek.
Om meiose te begrijpen moet je eerst weten hoe DNA is georganiseerd in een cel. Veel fouten bij toetsen ontstaan doordat begrippen zoals chromosoom, chromatide en haploïd door elkaar worden gehaald.
Een chromosoom bestaat uit DNA dat strak is opgerold.
Voordat een cel zich gaat delen wordt het DNA eerst gekopieerd.
Daarna bestaat elk chromosoom uit twee identieke helften → dit noem je chromatiden.
Ze zitten aan elkaar vast op één punt: het centromeer.
Belangrijk:
Menselijke lichaamscellen bevatten chromosomen in paren:
Dit heet diploïd (2n) → 46 chromosomen
Geslachtscellen bevatten maar één van elk paar:
haploïd (n) → 23 chromosomen
Na de bevruchting:
haploïd + haploïd = diploïd
Voordat meiose begint, kopieert de cel al zijn DNA.
Dit gebeurt in de interfase.
Daardoor start meiose met chromosomen die uit twee chromatiden bestaan.
Dit is nodig zodat het DNA later eerlijk verdeeld kan worden over de nieuwe cellen.
Meiose bestaat uit twee delingen.
De eerste deling heet de reductiedeling omdat hier het aantal chromosomen wordt gehalveerd: van diploïd (2n) naar haploïd (n).
In deze deling worden homologe chromosomenparen van elkaar gescheiden.
Dit is anders dan bij mitose en daarom wordt dit vaak op toetsen gevraagd.
Na meiose I heeft elke cel nog maar één chromosoom van elk paar.
Dit is de belangrijkste fase van meiose.
Wat gebeurt er stap voor stap:
Door crossing-over ontstaan nieuwe combinaties van genen.
Dit is een belangrijke oorzaak van genetische variatie.
Herkenning in een afbeelding: chromosomen liggen als paren tegen elkaar aan en kruisen elkaar.
De homologe chromosomenparen liggen naast elkaar op de evenaar van de cel.
Belangrijk:
De ligging is willekeurig. Elk paar kan omgedraaid liggen.
Hierdoor ontstaan verschillende mogelijke combinaties van chromosomen in geslachtscellen.
Dit heet onafhankelijke assortering.
De homologe chromosomen worden uit elkaar getrokken naar tegenovergestelde polen.
Let goed op:
De chromatiden blijven nog aan elkaar vast.
Dus:
Dit onderscheid wordt vaak gevraagd op toetsen.
De cel snoert zich in tweeën.
Resultaat:
Het chromosoomaantal is nu gehalveerd, maar het DNA is nog niet volledig gescheiden.
Na meiose I zijn er twee haploïde cellen ontstaan.
De chromosomen bestaan nog uit twee chromatiden, dus het DNA moet nog verdeeld worden. Dat gebeurt in meiose II.
Meiose II lijkt op mitose, maar het verschil is dat de cellen al haploïd zijn.
Er vindt hier geen crossing-over meer plaats.
Herkenning in een afbeelding: losse chromosomen, geen paren meer
De chromosomen liggen in het midden van de cel op de evenaar.
Spoeldraden zitten vast aan het centromeer van elke chromatide.
De zusterchromatiden worden uit elkaar getrokken.
Nu pas:
Dit lijkt precies op anafase van mitose.
De cel snoert opnieuw in tweeën.
Resultaat:
Dit zijn de uiteindelijke geslachtscellen.
Mitose en meiose zijn beide vormen van celdeling, maar ze hebben een ander doel.
Het belangrijkste verschil: Bij mitose blijven cellen genetisch identiek, bij meiose ontstaat variatie.
| Kenmerk | Mitose | Meiose |
| Aantal delingen | 1 | 2 |
| Aantal dochtercellen | 2 | 4 |
| Chromosoomaantal | Diploïd (2n) blijft diploïd | Diploïd → haploïd (n) |
| Genetische variatie | Nee | Ja |
| Functie | Groei en herstel | Voortplanting |
| Crossing-over | Nee | Ja, in profase I |
Mitose bestaat uit één deling.
Meiose bestaat uit twee opeenvolgende delingen (meiose I en II).
Bij mitose blijven chromosoomparen samen.
Bij meiose worden homologe chromosomen gescheiden.
Mitose → identieke cellen
Meiose → unieke cellen door crossing-over en willekeurige verdeling
Mitose → lichaamscellen
Meiose → geslachtscellen
Genetische variatie betekent dat nakomelingen niet identiek zijn aan hun ouders of aan elkaar. Tijdens meiose wordt het erfelijk materiaal op meerdere manieren door elkaar gemengd. Daardoor is elke geslachtscel uniek.
Er zijn drie belangrijke oorzaken.
Tijdens profase I liggen homologe chromosomen naast elkaar.
Hierbij raken chromatiden elkaar en wisselen stukjes DNA uit.
Gevolg: Nieuwe combinaties van genen op één chromosoom.
Dit gebeurt dus vóórdat de chromosomen uit elkaar gaan.
De chromosoomparen liggen willekeurig in het midden van de cel.
Dat betekent dat: Het moederlijke of vaderlijke chromosoom van elk paar naar een willekeurige kant gaat
Aantal combinaties bij mensen:
Meer dan 8 miljoen mogelijke chromosoom combinaties per geslachtscel.
Elke zaadcel kan elke eicel bevruchten.
Omdat beide al uniek zijn, ontstaat er een enorm aantal mogelijke combinaties.
Dit maakt dat zelfs broers en zussen genetisch verschillend zijn.
Veel fouten bij biologie proeven ontstaan niet omdat meiose moeilijk is, maar omdat begrippen door elkaar worden gehaald. Hieronder staan de fouten die docenten het vaakst terugzien in toetsen en examens.
Leerlingen denken vaak dat in beide delingen hetzelfde gebeurt.
Onthoud:
Meiose I → chromosoomparen scheiden
Meiose II → chromatiden scheiden
Ezelsbrug:
Eerst de paren uit elkaar, daarna de kopieën.
Veelgemaakte fout: denken dat een chromosoom met twee chromatiden nog diploïd is.
Maar:
Na meiose I is een cel al haploïd, ook al bestaan chromosomen nog uit twee chromatiden.
Belangrijk verschil:
In anafase I scheiden chromosomen
In anafase II scheiden chromatiden
Dit is een klassieke examenvraag
Crossing-over gebeurt:
Vraag 1 In welke fase van meiose vindt crossing-over plaats?
Vraag 2 Wanneer wordt een cel haploïd?
Vraag 3 Wat scheidt er tijdens anafase II?
Vraag 4 Leg het verschil uit tussen mitose en meiose in functie en resultaat.
Vraag 5 Waarom zorgt meiose voor genetische variatie? Noem twee oorzaken.
Vraag 6 Een mens heeft 46 chromosomen.
Hoeveel chromosomen heeft een geslachtscel en waarom?
1 → A Crossing-over gebeurt in profase I wanneer homologe chromosomen naast elkaar liggen.
2 → B Na meiose I zijn chromosoomparen gescheiden → cel is haploïd.
3 → C In anafase II worden chromatiden uit elkaar getrokken.
4 Mitose maakt identieke lichaamscellen voor groei/herstel.
Meiose maakt vier verschillende haploïde geslachtscellen voor voortplanting.
5 Crossing-over en onafhankelijke assortering (eventueel ook willekeurige bevruchting).
6 23 chromosomen, zodat bij bevruchting weer 46 ontstaan.
Meiose is een dubbele celdeling waarbij één diploïde cel vier haploïde geslachtscellen vormt. Het aantal chromosomen halveert en er ontstaat genetische variatie. Dit proces is nodig voor seksuele voortplanting.
Bij mitose ontstaan twee identieke diploïde cellen voor groei en herstel. Bij meiose ontstaan vier haploïde geslachtscellen die genetisch verschillend zijn. Meiose bestaat uit twee delingen, mitose uit één.
Meiose vindt plaats in de geslachtsorganen: in de teelballen bij de vorming van zaadcellen en in de eierstokken bij de vorming van eicellen.
Zonder meiose zou het aantal chromosomen elke generatie verdubbelen. Het proces zorgt ervoor dat een embryo het juiste chromosoomaantal krijgt en creëert genetische variatie binnen een soort.
Je moet de fasen in de juiste volgorde kennen, het verschil met mitose begrijpen en weten wat haploïd en diploïd betekent. Ook wordt vaak gevraagd waar genetische variatie ontstaat.
Homologe chromosomen paren en wisselen stukjes DNA uit (crossing-over). Hierdoor ontstaan nieuwe combinaties van erfelijke eigenschappen.
Onthoud: PMAT-PMAT
(Profase, Metafase, Anafase, Telofase — twee keer omdat meiose uit twee delingen bestaat).
Geslachtscellen zijn haploïd zodat bij de bevruchting weer 46 chromosomen ontstaan. Zo blijft het chromosoomaantal van de soort gelijk.
Vind je meiose nog steeds lastig of raak je in de war bij toetsvragen?
Je bent niet de enige, veel leerlingen begrijpen het pas echt wanneer iemand het persoonlijk uitlegt en samen oefent.
Bij OnlineHuiswerkklas helpen we je stap voor stap met huiswerkbegeleiding en bijlessen:
Je hoeft dus niet alles alleen uit een boek te halen, Bij Onlinehuiswerkklas laten we je precies zien wat je moet kennen en hoe je punten scoort.
Leerlingen bij Online Huiswerkklas volgen altijd eerst een proefweek huiswerkbegeleiding. Na deze periode kun je een abonnement voor vier tot tien uur begeleiding per week bij ons afsluiten. Onze abonnementen zijn maandelijks opzegbaar.
Tarieven bekijken